NIEUWS            SCHATKAMER            WINKEL            HOME            FAQ           LINKS           OVER ONS         CONTACT



Boeken van Ewald Vervaet
zijn te koop en
te bestellen via alle boekwinkels
in Nederland!


Ook verkrijgbaar via bol.com:

Groeienderwijs
Groeienderwijs
Ewald Vervaet


  Naar school
Naar school
Ewald Vervaet


Het raadsel intelligentie
Het raadsel intelligentie
Ewald Vervaet

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SCHRIJVEN,

LEZEN EN DYSLEXIE

Studiemiddag op 8 juni 2007
in de Singelkerk, Singel 452 te Amsterdam

 

Mogelijk gemaakt door een schenking van
de
Stichting Dyslexie Fonds en door uitgeverij Ambo.

 

 

 

 

Verslag van Tura G. Gerards

 

Naar aanleiding van het verschijnen van het boek
'Naar school; psychologie van 3 tot 8'
van ontwikkelingspsycholoog dr. Ewald Vervaet
.

 

 

Dat kinderen al op vroege leeftijd naar school gaan, om vervolgens spelenderwijs leren spreken, luisteren, begrijpen en samenspelen, dat was deze middag geen punt der discussie.


Nee, niet het schoolgaan zelf, maar het moment waarop het kind psychologisch (en dus neurologisch) rijp is om specifieke vaardigheden als lezen en schrijven

aangeleerd te krijgen,
dat was een belangrijk punt op deze middag.

 

 

 

Inhoud:

 

 

 

 

Inleiding

'Naar school; psychologie van 3 tot 8', zo heet het nieuwe boek van ontwikkelingspsycholoog dr. Ewald Vervaet. Het is de opvolger van ‘Groeienderwijs, psychologie van 0 tot 3’ dat al een vijfde druk kent en waarin tien fasen in de ontwikkeling van 0 tot 3-jarigen werden neergezet. Voor “Naar school” volgde Vervaet twintig kinderen van 3 tot 8 jaar in hun voortgaande ontwikkeling en beschrijft hij vier nieuwe fasen:

Fase 11: fase tussen 36 en 45 maanden (3;0 en 3;9) ******

Fase 12: fase tussen 45 en 54 maanden (3;9 en 4;6)

Fase 13: fase tussen 4½ en 8½ jaar (4;6 en 6;6)

Fase 14: fase tussen 6½ en 8½ jaar (6;6 en 8;6)

 

Wilt u een gedetailleerd inzicht in de opeenvolgende stappen en samenhangen binnen de taalverwerving, het tijds- en ruimtebesef, de persoonlijkheidsontwikkeling en vaardigheden als tekenen, redeneren en het spelen van bordspelen en hoe leert een kind schrijven en lezen en rekenen en klokkijken… dan bent u bij deze wetenschappelijk onderzoeker aan het juiste adres. (verslag van het boek "Naar School")

 

Maar vanmiddag ging het vooral over de vaardigheden die elk kind in Nederland verplicht moet leren: lezen en schrijven. Op welke leeftijd mogen dan wel moeten kinderen voor het eerst met lees- en schrijfonderwijs te maken krijgen? Wanneer is een kind er rijp voor? Aan welke eisen moet dat onderwijs voldoen? Hoe dyslexie te bestrijden? Door potentieel dyslectische kinderen nog eerder in aanraking te laten komen met het geschreven woord? Of door die kennismaking juist uit te stellen?

 

Ongeveer 130 aanwezigen, velen van hen werkzaam in het basisonderwijs, kregen een boeiende middag voorgeschoteld en werden veel wijzer. Ze maakten (opnieuw) kennis met de details van het proces “leren lezen en leren schrijven”, leerden over de oorzaken en gevolgen van “laaggeletterdheid” in Nederland, en maakten kennis met het fenomeen “ontluikende geletterdheid”. En ontmoetten kamerlid Mariëtte Hamer (PvdA) die het initiatief heeft genomen tot het parlementaire onderzoek naar de Nederlandse onderwijshervormingen van de afgelopen twintig jaar.

 

Dagvoorzitter Anneke Noorduyn, werkzaam voor Woortblind, introduceerde de sprekers en bood de zaal de kans vragen te stellen en opmerkingen te plaatsen. 

 

Terug naar inhoud

 

 

 


De ontwikkeling van het kinderhandschrift

Anneke Baauw - van Vledder (1947) is schrijfdocente en als schrijfpedagoge verbonden aan Adviesburo Comenius te Bilthoven. Zij is auteur van het boek “Schrijven met zorg”. Praktische didactiek van handschriftontwikkeling (HB Uitgevers / ISBN10: 9055744204 | ISBN13: 9789055744206)

 

Op de site van de Stichting Histos introduceerde zij zichzelf als volgt:

“De procesaspecten van het naschrijven van een tekst met behulp van het handschrift zijn totaal anders dan het lezen van diezelfde tekst. Wat men meestal ziet is het product, maar dat wat zich in het lichaam afspeelt is onzichtbaar. Zelfs bij de vroege kinderkrabbel zijn er processen aan de gang die niet waarneembaar zijn, maar wel van invloed zijn op het product. Waarom schrijft een kind van vier anders dan een kind van zes? Waarom is het leren schrijven zo moeilijk voor de een en zo gemakkelijk voor de ander? Wat is de invloed van de fijne motoriek op het schrijven? Waarom kan een kind met dyslexie veel moeite met het handschrift hebben? Welke aspecten zijn voor het goed kunnen schrijven van een handschrift van belang? Voor een ieder die zich met de ontwikkeling van het handschrift bezig houdt is het goed meer inzicht te hebben in de processen die van invloed zijn op het schrijfproduct.”

 

Mevrouw Baauw wilde ons vooral veel laten zien én laten denken over wat de waarheid is in het proces van leren lezen en leren schrijven. In haar korte en vloeiende betoog maakt ze de zaal duidelijk dat een kind leren lezen en schrijven daadwerkelijk een vak is! Een vak, en dat we dus in de uitoefening ervan te krijgen met vakkundigheden. Baauw: “Leren schrijven is net als viool spelen. Je moet heel veel oefenen én leerlingen moeten ook weten wát ze moeten oefenen! En dat laatste is nu juist een groot probleem van tegenwoordig: het gros van de leerkrachten weet het niet! Zij weten niet welke onderdelen in het schrijfproces er precies geoefend kunnen worden en beoefend moeten worden.”

 

Geschiedenis van het lezen en schrijven

Haar inleiding: een stukje geschiedenis. Wist u de Nieuwe Zakelijkheid rond 1920 leidde tot o.a. de invoering van simpele lettervormen, van cirkels en rechte lijnen? Wist u dat tot 1985 het leren lezen en het leren schrijven als twee aparte vakken werd gezien? Met andere woorden: dat vanaf die tijd verondersteld wordt dat het leren lezen en het leren schrijven tegelijkertijd kan plaatsvinden?

 

Eerst leren lezen, dan leren schrijven

Mevrouw Baauw neemt meteen stelling: kinderen moeten eerst geleerd worden hoe te lezen (herkennen van tekens) en daarna pas onderricht ontvangen in de kunst van het schrijven (vervaardigen van tekens).

Leren lezen is een fonetisch fenomeen: immers, dat een bepaald teken voor een bepaalde klank staat, kan alleen worden begrepen door goed te luisteren! Maar leren schrijven is, zoals Vervaet in zijn boek betuigt, het omgekeerde proces van die auditieve analyse.

Mevrouw Baauw stelt dat een kind al vrij jong vormen kan herkennen, ja zelfs overeenkomsten herkennen, maar… daarbij dan diezelfde vormen namaken, bijvoorbeeld door ze te tekenen, dat lukt datzelfde kind nog niet! Kinderen zien ook veel lettertypen waarbinnen ze telkens letters herkennen. Maar namaken blijft een andere vaardigheid die ze pas veel later kunnen beheersen. Lezen en schrijven zijn twee zeer verschillende handelingen die een beroep doen op verschillende breinfuncties.

 

 

Baauw gaf in korte tijd een beeld van een aantal interessante aspecten van het leren schrijven door kinderen.

 

Hoofdletters

Kinderen hebben een natuurlijke vaardigheid om al vrij snel in kapitalen (hoofdletters) te schrijven (dit terwijl het schrijfonderwijs altijd met kleine letters geboden wordt).

Baauw raadt de aanwezige leerkrachten in de zaal absoluut af om kinderen het schrijven in kapitalen te verbieden of af te leren. Hoofdletters zijn altijd herkenbaar, ook als ze omgekeerd en in spiegelbeeld geschreven worden, ze zijn even allemaal groot en staan allemaal op de basislijn. Bovendien maak je als kind hoofdletters door middel van enkelvoudige losse en rechte streken/strepen en niet als een traject * van rechte en kromme strepen en bochten met verandering van richting. M.a.w. je kunt een T maken met twee rechte losse lijnen, maar om een kleine letter t te schrijven moet je onderaan ook een bocht kunnen maken en die draairichting (richtingsverandering) is nu juist de moeilijkste opgave in het proces van letters maken.

 

* Het traject binnen het schrijven van de letter l :

je begint links, gaat met een licht gekromde lijn naar boven en ietsje naar rechts, dan draai je scherp linksom en gaat door naar beneden. Beneden aangekomen draai je weer om, maar niet zo scherp en nu naar rechts. Vervolgens ga je eventjes omhoog en stop: je hebt de letter l geschreven!

 

Kop, romp en staart

Een letter bestaat uit een romp met eventueel een stok of een staart. Bijvoorbeeld de d (romp met stok erachter) en de p (romp met staart ervoor). Als je wil leren schrijven moet je eerst leren wat links en rechts is, wat recht inhoudt en wat krom, wat een (onzichtbare) basislijn is en waar de richting verandert. Als je de visie van Vervaet aanhoudt: schrijven kan pas in fase 14. Want schrijven vereist zonebesef en dat krijgt een kind (Vervaet: pas in fase 14), pas in de leeftijdsperiode tussen 6½ en 8½ jaar.

 

 

Kinesthetisch binnengevoel

Baauw stelt: “Leren schrijven is leren sturen”. Als je leert schrijven door een pen vast te houden om zo tekens te maken, leer je van binnen waar te nemen ‘hoe iets voelt’. Het buigen en strekken, op de lijn blijven, en van het ene punt naar het andere gaan, dat alles voel je in de spieren van je vinger, je hand en je arm. Het wordt aangeduid als het ‘kinesthetisch binnengevoel’.
Kleuren van kleurplaatjes met kleine ronde bewegingen is een geweldige voorstudie voor het leren schrijven. Schrijfpatronen geven die oefening niet, daar zij juist verkeerde vormen inslijpen die een negatieve uitwerking kunnen hebben op het schrijven.

De dikte van de pen is daarbij ook relevant. Met dun materiaal, bijvoorbeeld een potlood, kun je klein werken, met dik materiaal zoals een waskrijt kun je juist gemakkelijk groot werken. Met dun materiaal kan een kind bovendien veel gemakkelijker buigen en strekken dan het geval is met dik materiaal.

 

Terug naar inhoud

 

 

 


Taalkracht!
De invloed van laaggeletterdheid van ouders op de taalontwikkeling van jonge kinderen

Lodewijk van Noort is communicatiewetenschapper en projectmanager van de Stichting Lezen & Schrijven en adviseert o.a. de consultatiebureaus in Nederland via het project “TAALKRACHT!”

 

Op de site van de Stichting Histos introduceerde hij zichzelf als volgt:

“In Nederland zijn anderhalf miljoen volwassenen laaggeletterd. Dat wil zeggen dat zij te weinig lees- en schrijfvaardigheid hebben om zich zelfstandig te kunnen redden in onze maatschappij. Laaggeletterdheid komt voor in alle geledingen van de samenleving, maar het meest bij laagopgeleide autochtone volwassenen.
Laaggeletterden mijden lees- en schrijfsituaties. Laaggeletterde ouders zullen hun kinderen dan ook nooit voorlezen. Zij lezen geen briefjes van school, geen rapporten en zullen nooit samen met hun kinderen woordjes schrijven.
Het te laat ontdekken en onderkennen van dyslexie kan een oorzaak zijn om laaggeletterd te worden. Laaggeletterdheid van de ouders is een risicofactor voor de taalontwikkeling van kinderen. Kinderen die opgroeien in een taalarme gezinsomgeving zijn minder vertrouwd met en voorbereid op de taal die op school wordt gebruikt.
Preventie van laaggeletterdheid, al vanaf jonge leeftijd, is essentieel.”

 

Het project “TAALKRACHT!” is bedoeld om de fenomenen laaggeletterdheid en taalachterstanden, die zowel bij volwassenen als bij kinderen veelvuldig voorkomen, meer bekendheid te geven en herkenbaar te maken. In Nederland zijn er 1.500.000 mensen laaggeletterd, van wie 1.000.000 autochtonen. Het komt in alle geledingen voor en is bijna altijd een bron van schaamte en laag zelfvertrouwen. Slechts 3000 mensen uit deze grote groep volgen onderwijs om hun lees- en schrijfvaardigheid te verhogen.

N.B. : ofschoon dyslexie kan leiden tot laaggeletterdheid is het niet hetzelfde!

 

Mogelijke oorzaken van laaggeletterdheid

Mogelijke oorzaken van laaggeletterdheid en taalachterstanden zijn het thuis spreken van een buitenlandse taal of dialect, het verkeren in een taalarme omgeving (er wordt weinig voorgelezen, afwezigheid van leesmateriaal), en het ontbreken van stimulatie tot lezen en schrijven. Vaardigheden kunnen ook weggezakt zijn. Ook factoren als probleemgezinnen, schoolverzuim, concentratiestoornissen en taalzwakte/dyslexie spelen een voorname rol.

 

Voorlezen en rappen

Hoe begeleid je iemand met een taalachterstand?

De heer Van Noort stelt dat het voor taalzwakke kinderen vooral belangrijk is dat ze voldoende aandacht en begeleiding krijgen. Voor kinderen in de leeftijd tot 4 jaar is voorgelezen worden van groot belang; zo immers maken ze zich de taal eigen en raken ze vertrouwd met het wonder van het latere lezen (en schrijven).

Op het VMBO, waar in sommige gevallen zelfs het vak Nederlands niet meer wordt gedoceerd én gemiddeld meer dan een kwart van de leerlingen laaggeletterd blijkt, probeert de Stichting Lezen & Schrijven het gebruik van taal toch weer leuk te maken via het project TAALKR8. Daarin maakt men bijvoorbeeld dankbaar gebruik van het populaire en dynamische fenomeen rappen.

Door heel Nederland zijn alfabetiseringsambassadeurs aan het werk, die als oud-ongeletterden hun ervaring inzetten voor de bestrijding van laaggeletterdheid.

 

Naar aanleiding van een vraag uit het publiek was de hele zaal het er over eens dat kinderen die thuis een moedertaal spreken (een andere taal dan het Nederlands) die moedertaal maar eerst goed machtig moeten worden. Dan komt in de meeste gevallen die tweede taal vanzelf…

 

Terug naar inhoud

 

 


Ontluikende geletterdheid

Irene Besnard - van Baaren is bestuurslid van de Stichting Dyslexie Fonds en begeleidt sinds 1970 kinderen met taalproblemen.

 

Op de site van de Stichting Histos introduceerde zij zichzelf als volgt:

Als kinderen worden aangemeld met leesproblemen zitten ze meestal in groep 5, 6 en zelfs hoger. Het leed is dan al geschied. Het kind heeft gefaald met iets dat de meeste andere kinderen in de klas vlot en gemakkelijk leren. Dat is buitengewoon pijnlijk voor het kind. De aanvankelijke leesmotivatie kan veranderen in leesangst. Het lezen kan zo een negatieve emotionele lading krijgen. Het gevoel van zelfvertrouwen en eigenwaarde wordt bedreigd.
Is deze ellende te voorkomen? Is er iets mis gegaan in de fase van de ontluikende geletterdheid?
Ontluiken is een natuurlijk proces dat zich van binnenuit ontvouwt. Echter, bij kinderen met een dyslectische aanleg verloopt dat proces vaak niet vanzelf en is extra stimulans van buitenaf nodig. Dit nieuwe boek van Ewald Vervaet geeft ons een bijzonder duidelijk beeld van de verschillende fases in de ontwikkeling van het kind. Het kan bijdragen tot een nauwlettend observeren en een vroegtijdig onderkennen van signalen van dyslexie.
Zo komen we op de belangrijke vraag of predictie mogelijk is. Is ook of een zekere mate van preventie mogelijk? En wat kunnen we doen?”

 

Mevrouw Besnard kondigde van tevoren al aan dat de haar toegezegde tijd niet voldoende zou zijn en dat ze zich niet aan de limiet zou houden. Ze hield woord.

 

Dyslexie, een complex probleem

Een hardnekkig probleem met geschreven en te schrijven taal is niet enkel een taal- en fonologisch probleem. Veel hangt af van de senso-motorische ontwikkeling. Hoe goed en scherp ziet een kind, hoort het goed, hoe goed ontwikkeld zijn de 12 oogspieren nodig voor het volgen van een tekst? Een defect in een functie betekent bij een klein kind vaak veel andere extra problemen, omdat alles nog zo in ontwikkeling is en met elkaar samenhangt en samengaat. Bijvoorbeeld: 40% van de dyslectische kinderen is ook hyperactief…

 

Linker- en rechterbrein

Dyslectische kinderen hebben veel gemeen en dan behalve de tekorten vooral, zo betoogt Besnard met verve, zo veel fraai ontwikkelde talenten! Ze neemt ons mee naar de wetenschap van ons brein, de hersenen, en de twee verschillende helften daarin. Opvallend is dat die talenten van dyslectische kinderen in de meeste gevallen hun fundament hebben in de rechterhersenhelft. Dyslectische kinderen zou je bijna rechterbrein-kinderen kunnen noemen.

 

Linkerbrein                             rechterbrein

Taalbegrip, taalproductie            visueel

Fonologie                                 visueel-ruimtelijk

Stap voor stap volgorde              beeldend-creatief

Tijdsbewust                              globaal schattend

Automatiseren                          simultaan inzicht

Verschillen opmerkend              overeenkomsten opmerkend

Analytisch/logisch                    geheel gevoelsmatig

 

Talenten

Besnard stelt dat kinderen vaak te lang op een te laag AVI-niveau moeten blijven lezen doordat ze wegens de tijdslimieten leertoetsen niet halen. Daardoor wordt de aangeboden stof steeds minder aantrekkelijk, terwijl de intelligentiegroei van de kinderen uiteraard gewoon doorgaat. Zij benadrukt daarom wederom: laat deze kinderen vooral hun sterke kanten ontwikkelen! Zelf leest zij met haar kinderen zo veel mogelijk boeken die bij hun interesseniveau passen.

 

Dyslectische kinderen worden meestal pas in groep 6 herkend en dan is het leed al geschied. De eigenwaarde en het zelfvertrouwen zijn dan vaak al ernstig aangetast en de kans op leesangst wordt gevaarlijk groot.

 

Problemen bij dyslectische kinderen

Wat gebeurt er als de juf een woord uitspreekt en je als kind het woord in geschreven letters moet uitdrukken? Dyslectische kinderen hebben vaak moeite om klanken los te maken uit het woord (auditieve analyse), en ook om klanken samen te voegen (auditieve synthese). Bekende voorbeelden daarvan zijn de letters f en t (die laatste lijkt op een omgekeerde gespiegelde f) en de letters d en b.

Ruimtelijke begrippen zijn ook vaak struikelpunten: Wat is boven, wat onder? Wat is de eerste letter, de laatste letter?

Test uzelf en geeft antwoord op de volgende twee vragen.

  1. Wat is het eerste teken in de reeks M O K ?

  2. Wat is het eerste teken in de reeks:
    ?

 

 

Besnard spreekt met hart en ziel. Het kind een taak geven waarvoor het neurologisch nog niet rijp is een kind een moeilijke taak geven. Dan kan er iets kapot gaan wanneer het kind ziet dat anderen de taak gemakkelijk oppakken waar het zelf faalt. En als de druk te groot wordt, kan het leerproces zo beladen worden dat een kind blokkeert! En die psychologische dam blijkt later uiterst moeilijk te doorbreken.

 

Welke problemen zie je nog meer bij dyslectische kinderen?

  • ze hebben moeite met liedjes onthouden

  • ze kunnen moeilijk kleurnamen onthouden (belangrijk vroeg alarmsignaal voor leerkrachten!)

  • ze hebben motorische problemen

  • ze zijn verbaal vaak minder sterk

  • ze hebben moeite met structuur

  • ze hebben moeite met het overschrijven van woorden op een schoolbord (veraf kijken, dichtbij kijken)

  • ze hebben moeite om met hun ogen de tekst te volgen: van links naar rechts en vervolgens weer terug én bovendien één regel naar beneden. 75% van de visuele problemen bij dyslectische kinderen betreft dit “oog-volgen”.

  • ze hebben een vertraagde informatieverwerking (vooral in toetsen komen ze door de tijdslimiet in de problemen)

 

 

Risicofactoren

TAAL

= vertraagde taalontwikkeling

= laat gaan praten

= morfologische fouten in taal

= problemen met woordvinding

 

FONOLOGIE

= zwakke luistergerichtheid

= onthouden van liedjes, dagen en rijmpjes is moeilijk

= klankspelletjes zijn moeilijk

= moeite met onthouden van meervoudige opdrachten

= objectivatie: vraag je een kind welk woord is langer: reus of kaboutertje, dan zegt het kind REUS

= rijmen is moeilijk

= temporeel ordenen (staart versus straat)

 

Toetsen

Besnard gelooft niet in het nut van taaltoetsen voor kinderen en ziet ook niets in versneld leren lezen. Maar voorlezen bij jonge kinderen is een absolute noodzaak. Bovendien is zij een tegenstander van het vervroegd leren lezen zoals in het Nederlandse basisonderwijs de trend is. Zij schermt met het land Denemarken waar geen leesuitval bestaat en waar kinderen pas bij een leeftijd van 7½ beginnen met zelf te lezen.

 

Zij herinnert ons verder aan de haast vergeten ‘Toets van Sixma’ waarmee de leerkracht binnen een half uur kon uitzoeken of een kind al aan de leesvoorwaarden voldeed. En aan het twee-drietraps lezen dat 15 jaar geleden nog veel beoefend werd. Deze vorm van leesonderricht hield in:

1. eerste fase: het kind kijkt in een boekje en de juf wijst en leest voor;

2. tweede fase: het kind leest zelf in stilte;

3. derde fase: het kind leest en de juf luistert.

 

Is preventie mogelijk?

Dyslexie is een verschijnsel dat pas na extra begeleiding veel duidelijker voor de dag komt en dan is het meestal te laat. Daarom komt Besnard met de term “Ontluikende geletterdheid”, het natuurlijke begin van het leren lezen (en schrijven).

Ontluikende geletterdheid is een proces dat zich van binnenuit ontvouwt en dat zich niet laat forceren. Het heeft wel voeding nodig: voorgelezen worden uit boekjes, bijvoorbeeld, en praten over het verhaal en dat zowel thuis als op de peuteropvang.

Een voorbeeld van ontluikende geletterdheid: een kind herkent op straat de letter P en zegt dat de auto daar kan staan. Van ontluikende geletterdheid is ook sprake wanneer een kind belangstelling heeft voor luisteren naar verhaaltjes, of nieuwsgierig wordt naar wat die tekens op de pot pindakaas zijn…

Wanneer een kind in groep 2 nog geen tekenen van ontluikende geletterdheid laat zien, dan is dat een alarmteken voor dyslexie.

 

 

 

Vragen uit de zaal

Als een kleuter niet een potlood kan volgen dat voor diens ogen van uiterst links naar uiterst rechts bewogen wordt en vice versa, dan is er sprake van een visueel probleem. Een aanwezige merkt daarbij op dat dit aspect niet is opgenomen in het Dyslexieprotocol. Je kunt altijd oefeningen doen! Volgens de eveneens in de zaal aanwezige redacteur van Ouders Online, Justine Pardoen, hoef je met dit probleem niet meteen naar de oogarts, maar is sinds kort Bioptor op de markt en kun je terecht bij functioneel optimetristen (http://www.ouders.nl/mgez2006-bioptor.htm). Tot hun 12de jaar kun je kinderen daarmee helpen.

 

 

Terug naar inhoud

 

 

 

Reactie van Ewald Vervaet
De heer Vervaet stelt: “Alle onderwijsvernieuwingen zijn niet gebaseerd op psychologische fases.” En dat leidt volgens hem tot onverantwoorde adviezen. Hij vat de vier fasen die het kind van 3 tot 8½ zal doorlopen samen:

 

Fase 11: fase tussen 36 en 45 maanden (3;0 en 3;9) ******

In fase 11 wordt het krabbelschrijven van fase 10 gevoed met verbeelding en mondt uit in vrijvormig schrijven en etiketlezen. Het kind kan nog geen reproduceerbare figuren maken.

 

Fase 12: fase tussen 45 en 54 maanden (3;9 en 4;6)

In fase 12 slaagt het kind erin om dezelfde eigen figuren die letters verbeelden te reproduceren, maar niet voor elke klank afzonderlijk. Het begrijpt ook nog niet wat het schrijft. Dit is het eigenfiguurlijke schrijven. Ook gaat het kind nu fantasielezen.

 

 

Fase 13: fase tussen 4½ en 8½ jaar (4;6 en 6;6)

In fase 13 gebruikt het kind letters en dus tekens van anderen. Nu kan het losletterig lezen (herkenning van afzonderlijke letters en lezen van woorden van twee letters) en spiegelbeeldig schrijven (schrijven van bijvoorbeeld И). Volgens Vervaet is auditieve analyse (rijmen, hakken als ‘li-mo-na-de’, en dergelijke) voor kinderen in deze periode het maximale onderwijs als opmaat voor het leren lezen en schrijven.

 

 

Fase 14: fase tussen 6½ en 8½ jaar (6;6 en 8;6)

In fase 14 is het fundament voor conventioneel lezen en schrijven voltooid. Het kind kan zich de ruimtelijke opbouw van elke letter en elk cijfer voor de geest kan halen, ongeacht de plaats waar het zich ten opzichte van de schrijfplek bevindt. Tevens kan het de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ onderscheiden en woorden van drie en meer letters lezen.

 

 

Terwijl Vervaet ons ook wijst op het populaire boek van Margriet Sitskoorn “Het maakbare brein” (ISDN 978 90 351 3036 4), arriveert Kamerlid Mariëtte Hamer (PvdA) in de Singelkerk. Zij heeft het initiatief genomen om de onderwijshervormingen van de afgelopen twintig jaar te laten onderzoeken door een parlementaire commissie.

 

Vervaet biedt haar een exemplaar aan van 'Naar school' en bedankt haar voor haar inzet. Hij herhaalt dat de faseloze onderwijskunde de politiek verkeerd heeft geadviseerd en dat de kennis van fasen en de opeenvolgende neuro-psychologische ontwikkelingsstadia onmisbaar is in het maken van beleid. In zijn nieuwe boek oppert hij het vermoeden dat veel gevallen van dyslexie voortkomen uit het te vroeg aanbieden van onderwijsmethoden gebaseerd op contact met het geschreven woord, iets wat volgens hem pas in fase 14 zin heeft en lonend is. Totdat kinderen aantoonbaar in fase 14 zijn beland, is auditieve analyse de maximaal nuttige en haalbare methode. Deze vorm, waarin het kind op klankniveau wordt voorbereid op het proces van leren lezen en leren schrijven, sluit namelijk naadloos aan bij het losletterige lezen uit fase 13.

 

Op pagina 198 van "Naar school" stelt hij: “Mijns inziens moet een kind dat aan het eind van groep 2 de auditieve analyse onvoldoende beheerst, wat schrijven en lezen betreft nog een jaartje kleuteren”

 

Mevrouw Hamer neemt Vervaets boek en pleidooien in dank aan en pleit meteen krachtig voor het opzetten van kinderspeelhuizen, zodat alle kinderen –vooral in grote steden- al jong samenkomen en spelend samen dezelfde taal horen en leren spreken.

Vervaet pleit er tenslotte voor om toch vooral ook de hervormingen in het basisonderwijs onderwerp van het onderzoek te laten zijn. Mevrouw Hamer stelt hem op dit punt gerust: de opdracht van de commissie is breed geformuleerd.

 

 

 

 

Amsterdam, juni 2007

© Tura G. Gerards / The Magical Madhouse
 

 

Terug naar inhoud

 

 

*****

3;0 is een schrijfwijze voor de leeftijd 3 jaar en 0 maanden

8;6 betekent dus 8 jaar en 6 maanden.

De schrijfwijze 3;9 betekent een leeftijd van 3 jaar en 9 maanden. De fasegrenzen, uitgedrukt in leeftijden, moeten ruim worden opgevat: elk kind moet zich ontwikkelen in die volgorde van fase. een fase kan niet worden overgeslagen.

 

 

 

Lees ook: Naar school, psychologie van 3 tot 8

Lees ook: Groeienderwijs, psychologie van 0 tot 3