|
BABY'S EN KLEINE KINDEREN
MET ELKAAR
Voordracht van hedie meyling
Bijeenkomst in "Open Space"
te Amsterdam op 1 maart 2003
met
scènes
uit de film
"Baby's en
kleine kinderen met elkaar"
gemaakt
in het
Emmi Pikler Instituut
te Budapest
(georganiseerd door de
Stichting Emmi Pikler Fonds)
zie ook:
www.pikler.nl
Verslag
van Tura G. Gerards
©
het geheel of in gedeelten overnemen en publiceren van deze teksten in
andere media
alleen na toestemming van de auteur
Zag u ooit baby's "zelfstandig"
problemen oplossen?
Zag u ooit kleine kinderen
onderhandelen?
Begrip tonen?
Zag u ooit eerder baby's
die volledig
hun eigen weg mochten gaan?
In de film "Baby's en kleine
kinderen met elkaar" toont Maria Vince bevindingen van haar twee en een half
jaar durend onderzoek.
Ze observeerde het gedrag van kinderen in een
groep met leeftijdgenootjes én de ontwikkeling van hun onderlinge contacten.
De kinderen waren in het begin van het onderzoek allen ongeveer 2-3 maanden
oud, en aan het eind twee en een half jaar.
De volgende aspecten binnen het leven van een kind
zijn daarin minutieus te zien:
-
het kind
ontdekt dat de "ander" geen object is
-
het kind
ontdekt in de "ander" een persoon waarmee het iets samen kan ondernemen
-
tijdens
het spel - niet altijd zonder conflict - ontstaan begrip en
vriendschappelijke gevoelens voor elkaar
-
conflict?
wanneer grijp je als volwassene in en hoe?
invloed
van de verzorging op het gedrag van de kinderen
BABY'S EN KLEINE KINDEREN
MET ELKAAR
Wat komt er
van een kind terecht wanneer het in zijn ontwikkeling niet gestuurd wordt?
Wanneer het niet gedwongen wordt tot bepaalde houdingen?
Wanneer het mag bewegen op eigen initiatief, in het eigen ritme? Wanneer het
kleren aan heeft die "los" zitten en niet de bewegingsvrijheid belemmeren?
Met liefdevolle aandacht voornamelijk in de dagelijkse verzorging? Wat komt er van die
kinderen terecht?
Een van de
allereerste kinderen die zo "wild" mocht opgroeien is Anna Tardos,
dochter van Emmi Pikler, en als kinderpsychologe tegenwoordig de
directrice van het Emmi Pikler Instituut.
De visie van Emmi Pikler
Hedie Meyling
licht de visie van Emmi Pikler toe. Emmi Pikler leefde van 1902 tot 1984 en is afkomstig uit Hongarije. Haar
opleiding tot kinderarts genoot ze in Wenen onder leiding van de professoren
Clemens von Pirquet en Hans Salzer. Door hun invloed kwam Emmi rond 1920 tot
het inzicht dat preventie niet alleen het voorkómen van ziekten is.
Belangrijker lijkt haar het tot stand brengen van een totaliteit aan harmonische condities
rondom het kind als voorwaarde voor
een gezond leven en een gezonde ontwikkeling .
Emmi Piklers voornaamste hypothese: als een kind in staat wordt gesteld zich in het eigen tempo te ontwikkelen
en ontdekkingen te doen, dan leert het beter zitten, staan, lopen en denken
dan een kind dat wordt aangemoedigd om de voorgeschreven ontwikkelingsstadia
te bereiken.
In het boek De Visie van Emmi Pikler
(respectvolle verzorging / vrije bewegingsontwikkeling),
verwoordt Anna Tardos, samen
met kinderpsychiater Myriam David,
het als volgt: "Een kind heeft volwassenen niet nodig om te leren kruipen, zich op te richten,
te gaan zitten of te leren lopen."
"Lóczy"
Emmi Pikler paste haar ideeën toe op haar eigen kinderen. Daarna begeleidde ze
10 jaar lang vele ouders en kinderen in gezinnen. En van 1946 tot 1978 de kinderen in
het kindertehuis "Lóczy" in Budapest (Hongarije), dat
tegenwoordig voluit het Emmi Pikler Nationaal Methodologisch Instituut
voor Kindertehuizen heet.
Een korte
schets.
Lóczy is de woonplek voor ongeveer 40 kinderen in de leeftijd van 0
tot 6 jaar. Deze kinderen zijn wees of hebben ouders die niet voor hen
kunnen of willen zorgen. De
indeling van de groepen is naar leeftijd en elke groep heeft zijn eigen
ruimte. Per groep zijn er 4 vaste leidsters die om beurten werken. In
de dagelijkse praktijk van verzorging is bij een groep van maximaal 8 kinderen echter
slechts 1 verzorgster aanwezig. Elk kind heeft twee bedden, 1 buiten en 1
binnen. In de slaap/leefruimte bevinden zich een aantal speelplekken, die
soms van elkaar
gescheiden zijn door hekjes met spijlen. De plekken voor het verschonen, het
baden en het eten zijn eveneens afgescheiden door hekjes, zodat de
verzorgster ongestoord ieder kind aandachtig kan verzorgen. Oogcontact met
alle kinderen
is te allen tijde mogelijk. Tijdens het baden, eten en verschonen ontvangt elk kind de optimale aandacht, terwijl de andere kinderen,
slapend of spelend, zich veilig weten door de aanwezigheid van de
verzorgster. Zij is er enkel en alleen voor de verzorging, die het ultieme
moment is om het kind aandacht te geven. De verzorgster speelt niet
met de kinderen, dat mogen ze helemaal zelf doen. De verzorgster grijpt niet
in, tenzij de kinderen in een conflict komen waarvoor ze niet zelf een oplossing
kunnen vinden.
Regels voor de kinderen
Vrijheid voor eigen initiatief is het hoogste goed voor de kinderen in Lóczy.
Er zijn natuurlijk dingen die niet mogen zoals een ander kind slaan of
bijten. Een "moeilijk" kind krijgt in deze opzet geen straf maar juist extra aandacht.
De verzorgster gaat, eventueel met hulp van de staf, op zoek naar de aard van de behoefte van het kind.
Regels voor de
verzorgers
De verzorgsters
krijgen een speciale training en moeten wel aan vele regels voldoen. Die
regels bieden structuur en helpen haar om zich zeker te voelen in haar werk
zodat ze het met meer plezier kan doen. Hedie
Meyling benadrukt stellig dat we deze verzorgende taken als werk moeten zien,
als een vak. De verzorgsters moeten hun taken consequent en goed uitvoeren
volgens opgestelde regels. Moeder zijn is een ietwat ander verhaal en zo
consequent zijn als deze verzorgsters is volgens Hedie niet nodig.
Wel kun je als moeder inspiratie vinden in deze manier van omgaan met
baby's.
Bij
conflicten tussen de kleine kinderen onderling verschaffen de regels juist
helderheid en steun voor de verzorgsters. De verzorgster
mag geen enkele twijfel hebben over wat te doen, opdat het kind niet het vertrouwen in haar
verliest. Ze mag niet moraliseren. Ze moet rustig
kunnen blijven en het vertrouwen in zich dragen dat het voorval niet erger zal
worden!
Wat doet een verzorgster bij een conflict:
-
kijken of de
kinderen er zelf uitkomen
-
van een
afstand toespreken en richting geven opdat de kinderen er alsnog zelf
uitkomen
-
wanneer deze
twee manieren geen resultaat opleveren, moet de verzorgster ingrijpen en de
kinderen helpen,
maar zódanig dat er geen "winnaars" en "verliezers" zijn. Van straf is geen sprake.
Het onderzoek en de observaties van Maria Vince
1. De ontwikkeling van de onderlinge contacten
Maria
Vince observeerde, zonder in te grijpen, het gedrag van kleine kinderen in een
groep met leeftijdgenootjes én de ontwikkeling van hun onderlinge contacten.
De kinderen waren in het begin van het onderzoek allen ongeveer 2-3 maanden
oud, en aan het eind twee en een half jaar. Per maand werd elk kind
gemiddeld 100 minuten geobserveerd.
Maria Vince
bracht haar bevindingen over de ontwikkeling van de onderlinge contacten
onder in 9 categorieën:
-
contact door
blik, stem of lachen
-
contact door
beweging
-
lichamelijk
contact
-
wegnemen van
een object
-
geven van
een object
-
nadoen
-
gemeenschappelijke bezigheid
-
verbale
communicatie
-
zich als een
volwassene gedragen met of naar de ander
Via de film
"Baby's en kleine kinderen met elkaar" krijgen we een subtiele impressie van haar observaties. En die video's,
dames en heren lezers, die moet u een keer zien!
U ziet baby's "zelfstandig" problemen oplossen, kleine kinderen onderhandelen
en begrip tonen! En in het algemeen hoe baby's in staat zijn hun eigen weg uit
te stippelen! U ziet het gebeuren, vastgelegd op niet versneden,
niet-gemonteerde film!
2.
Reacties van kinderen op andere, huilende kinderen
Maria
Vince observeerde de diverse reacties van kinderen op het huilen van andere
kinderen en hoe die reacties afhankelijk waren van leeftijd en
gemoedstoestand.
Reacties van
kinderen op huilende anderen:
-
onverschilligheid is de meest voorkomende reactie.
-
emotionele
reacties:
- lachen (bij leeftijd 3-6 maanden)
- schrikken en meehuilen (leeftijd 4-24 maanden)
- pijn doen, krenken, bezeren (leeftijd 12-24
maanden; alleen bij lopende kinderen)
-
troosten via
het geven van een object (toenemend vanaf
leeftijd 7 maanden)
3. Vormen
van pijn doen en troosten
Ieder kind doet een ander wel eens pijn. Kinderen die geprikkeld zijn door
vermoeidheid of honger doen vaker een ander kind pijn. Maria Vince stelt dat het kleine kind in het algemeen nog niet de samenhang kan zien tussen zijn
eigen actie en de reactie van de "zwakkere".
Observaties betreffende het pijn
doen (leeftijd tussen 1 en 2 jaar):
- een kind doet het
andere pijn en gaat ondanks het huilen ermee door
- een kind gaat naar een al huilend kind toe en doet het pijn
- een derde of vierde kind komt en gaat meedoen met het pijn doen
Observaties betreffende het
troosten:
- een kind maakt lichamelijk contact met het huilende kind, aait
(wat soms kan overgaan in slaan)
- een kind geeft de huilende een voorwerp (hetgeen niet altijd
wordt aangenomen)
- een kind probeert te helpen door de oorzaak van het huilen op te lossen
Nawoord
Vervolgstudie wees uit dat van een groep van 100 kinderen die ooit in Lóczy
woonde niemand op het criminele pad belandde.
Allen integreerden zij, ondanks hun start in een tehuis, op normale
wijze in de maatschappij. De eerste kinderen van Lóczy zijn nu 57 jaar oud.
Na meer dan
drie uur verlaat ik de "Open Space", met een warm gevoel en geheeld door de
wetenschap dat kinderen in liefdevolle vrijheid geen verwende misbaksels
worden, geen arrogante veeleisende figuren, geen terroristen of ook maar
iets waar we bang voor moeten
zijn.
Het leven is mooi.
Wil je meer
informatie over het Emmi Pikler Instituut of over het werk van de
Stichting Emmi Pikler Fonds :
www.pikler.nl
©
Tura G. Gerards / The Magical Madhouse
Amsterdam, 2 maart 2003
Terug naar boven
|